4.824diagnosecodes
1.492zoekresultaten
40zorgverzekeraars
724citaten
3.276anatomische structuren
10verzekeraarsconcerns
108bronnen
341verschillende testen
4.824diagnosecodes
1.492zoekresultaten
40zorgverzekeraars
724citaten
3.276anatomische structuren
10verzekeraarsconcerns
108bronnen
341verschillende testen
FysioQuickFysioQuick
Hoofdstuk 1

Basismodellen van belasting en herstel

Vijf modellen die helpen begrijpen en uitleggen waarom training werkt, waarom klachten ontstaan en waarom herstel net zo belangrijk is als de prikkel zelf. Hieronder staan ze in gewone taal, met een afbeelding en de bron.

In één blik
ModelKern in één zinHerkomst
Belasting en belastbaarheidKlachten ontstaan als je langere tijd meer van iemand vraagt dan hij lichamelijk, geestelijk en sociaal aankan.MDBB-model: Hagenaars, Bernards en Oostendorp, Nederland, ingevoerd in 1990
HomeostaseHet lichaam houdt zijn inwendige balans binnen smalle grenzen.Bernard (milieu intérieur, uitgewerkt in 1865), term van Cannon 1926
SupercompensatieNa belasting en herstel ligt het niveau tijdelijk boven het beginniveau.Jakovlev, Sovjet-Unie, 1949 tot 1959
Drie fasen van SelyeAanhoudende stress kent een alarmfase, een weerstandsfase en een uitputtingsfase.Selye, Nature, 1936
Fitness-fatiguemodelPrestatie is fitheid min vermoeidheid. Beide ontstaan door training, maar verdwijnen in een ander tempo.Banister en collega's, 1975

1. Belasting en belastbaarheid

Weegschaal die naar links doorhangt: de belasting weegt zwaarder dan de belastbaarheid. Twee routes voor de fysio: belasting verlagen of belastbaarheid opbouwen.

In één zin. Klachten kunnen ontstaan als de belasting langere tijd groter is dan de belastbaarheid en het lichaam onvoldoende kan herstellen of zich aanpassen.

Wat het betekent. Belasting is alles wat je van het lichaam vraagt: werk, sport, houding, herhaling, maar ook stress, zorgen en slaaptekort. Belastbaarheid is wat het lichaam aankan: kracht, conditie, weefselkwaliteit, herstelvermogen, slaap en ook vertrouwen en steun uit de omgeving. Zolang de twee in balans zijn gaat het goed. Weegt de belasting langere tijd zwaarder en krijgt het lichaam te weinig ruimte om te herstellen en zich aan te passen, dan ontstaan klachten. Dat kan lokaal zijn (een pees die te veel te verduren krijgt) of algemeen (iemand die er helemaal doorheen zit). Het omgekeerde bestaat ook: te weinig belasting maakt de belastbaarheid kleiner. Wie lang stilzit, kan steeds minder aan.

Het model heet in Nederland officieel het meerdimensionaal belasting-belastbaarheidsmodel, kort MDBB-model. Het is in 1990 in de Nederlandse fysiotherapie ingevoerd als biopsychosociaal gezondheidsmodel. Gezondheid wordt daarin gezien als een dynamisch evenwicht van lichamelijk, geestelijk en sociaal welbevinden. De mens wordt bekeken als eenheid van lichaam en geest, in wisselwerking met zijn omgeving, met het vermogen om zich aan te passen.

1Hagenaars LHA, Bernards ATM, Oostendorp RAB. Het meerdimensionaal belasting-belastbaarheidsmodel. Amersfoort: Nederlands Paramedisch Instituut; 1996, herziene uitgave 2000. researchgate.net
2Bernards ATM, Hagenaars LHA, Oostendorp RAB, Wams HWA. Het meerdimensionale belasting-belastbaarheidsmodel: een conceptueel model voor de fysiotherapie. Nederlands Tijdschrift voor Fysiotherapie. 1999;109:58 tot 65. researchgate.net
3Van Vonderen A. Mehrdimensionales Belastungs-Belastbarkeits-Modell: Ein konzeptuelles Modell für die Physiotherapie. manuelletherapie. 2005;9(5):230 tot 236. doi.org

Het woord meerdimensionaal betekent dat je belasting en belastbaarheid vanuit een lichamelijk, psychisch en sociaal perspectief bekijkt, en op meerdere niveaus: dat van weefsels en organen, maar ook dat van de hele persoon in zijn omgeving. Dezelfde belasting kan bij de ene patiënt geen probleem zijn en bij de andere wel.

2Bernards ATM, Hagenaars LHA, Oostendorp RAB, Wams HWA. Het meerdimensionale belasting-belastbaarheidsmodel: een conceptueel model voor de fysiotherapie. Nederlands Tijdschrift voor Fysiotherapie. 1999;109:58 tot 65. researchgate.net
3Van Vonderen A. Mehrdimensionales Belastungs-Belastbarkeits-Modell: Ein konzeptuelles Modell für die Physiotherapie. manuelletherapie. 2005;9(5):230 tot 236. doi.org

Wat je er als fysio mee doet. Het model geeft je twee knoppen om aan te draaien:

  1. Belasting verlagen. Minder volume, minder intensiteit, een andere techniek, hulpmiddelen, tijdelijke aanpassing van werk of sport.
  2. Belastbaarheid opbouwen. Trainen, herstel verbeteren, slaap en voeding op orde, angst en overtuigingen aanpakken.

In de praktijk doe je meestal beide tegelijk: eerst de balans herstellen, daarna de belastbaarheid zo opbouwen dat de oude belasting weer past.

Wat je tegen de patiënt zegt. Je lichaam is een weegschaal. Aan de ene kant ligt wat je ervan vraagt, aan de andere kant wat het aankan. We gaan de ene kant even lichter maken en de andere kant sterker.

Goed om te weten. Het MDBB-model is ontstaan als uitbreiding op het biomedische model, dat alleen naar de aandoening kijkt. Voor de fysiotherapie was dat niet genoeg: het MDBB-model kijkt ook naar de persoon en zijn omgeving.

3Van Vonderen A. Mehrdimensionales Belastungs-Belastbarkeits-Modell: Ein konzeptuelles Modell für die Physiotherapie. manuelletherapie. 2005;9(5):230 tot 236. doi.org

2. Homeostase

Regelkring van homeostase in vier stappen: meten, vergelijken met de streefwaarde van 37,0 °C, corrigeren door zweten of rillen, opnieuw meten. Daarnaast een grafiek waarin de lichaamstemperatuur bij inspanning stijgt en daarna terugkeert naar 37,0 °C.

In één zin. Het lichaam houdt zijn inwendige omgeving binnen smalle grenzen stabiel, ook als de buitenwereld verandert.

Wat het betekent. In rust schommelen lichaamstemperatuur, bloedsuiker, zuurgraad, bloeddruk en vochtbalans maar een klein beetje. Zodra een waarde afwijkt, reageert het lichaam met een correctie die de waarde terugbrengt: je zweet als het te warm wordt, je rilt als het te koud wordt. Dit gaat via een regelkring: meten, vergelijken met een streefwaarde, corrigeren, opnieuw meten.

4Libretti S, Puckett Y. Physiology, Homeostasis. In: StatPearls. Treasure Island (FL): StatPearls Publishing; bijgewerkt 1 mei 2023. ncbi.nlm.nih.gov

Het woord komt van het Griekse homoios (gelijkend) en stasis (stilstaan). Het betekent dus niet stilstand, maar een evenwicht dat steeds actief wordt bijgesteld. De Franse fysioloog Claude Bernard werkte het idee van het milieu intérieur vanaf de jaren 1850 uit en beschreef het in 1865 in zijn bekendste boek. De Amerikaanse fysioloog Walter Cannon bedacht in 1926 de naam homeostase en werkte het uit in zijn boek The Wisdom of the Body uit 1932.

4Libretti S, Puckett Y. Physiology, Homeostasis. In: StatPearls. Treasure Island (FL): StatPearls Publishing; bijgewerkt 1 mei 2023. ncbi.nlm.nih.gov
5Davies KJA. Adaptive Homeostasis. Molecular Aspects of Medicine. 2016;49:1 tot 7. pmc.ncbi.nlm.nih.gov
18Billman GE. Homeostasis: The Underappreciated and Far Too Often Ignored Central Organizing Principle of Physiology. Frontiers in Physiology. 2020;11:200. doi.org

Wat je er als fysio mee doet. Training is bewust de balans verstoren. Je geeft een prikkel die het lichaam uit zijn evenwicht brengt. Het lichaam corrigeert die verstoring en brengt de waarden terug naar hun streefwaarde. Komt de prikkel steeds terug, dan past het lichaam zich aan: sterkere spieren, betere conditie, een pees die meer aankan. Zonder verstoring geen aanpassing. Is de verstoring te groot, of komt ze te vaak terug zonder genoeg herstel, dan schiet het aanpassingsvermogen tekort. Dan kom je in het gebied van overbelasting.

Wat je tegen de patiënt zegt. Je lichaam wil altijd terug naar zijn evenwicht. Brengen we het regelmatig en slim uit balans, dan past het zich aan en kan het daarna meer aan.

Goed om te weten. Homeostase gaat over stabiel houden. In de sportfysiologie gebruik je daarnaast het begrip adaptatie: komt een prikkel steeds terug, dan past het lichaam zich blijvend aan en kan het meer aan. Davies beschrijft een verwant begrip, adaptieve homeostase: het tijdelijk verruimen of versmallen van het normale bereik, als reactie op een prikkel die niet schadelijk is of op het wegvallen van zo'n prikkel.

5Davies KJA. Adaptive Homeostasis. Molecular Aspects of Medicine. 2016;49:1 tot 7. pmc.ncbi.nlm.nih.gov

3. Supercompensatie

Lijngrafiek van prestatievermogen na één training: het niveau daalt door vermoeidheid onder het beginniveau (belasting), keert terug naar het begin (herstel), komt tijdelijk erboven (supercompensatie, met op de top het beste moment voor de volgende training) en zakt zonder nieuwe prikkel terug naar het begin (terugval).

In één zin. Na een training daalt je prestatievermogen eerst, herstelt daarna, en stijgt tijdelijk boven het beginniveau uit.

Wat het betekent. Het model beschrijft vier fasen na één training:

  1. Belasting. Tijdens en direct na de training daalt het prestatievermogen door vermoeidheid.
  2. Herstel. Het lichaam vult voorraden aan en herstelt weefsel. Het niveau komt terug op het beginniveau.
  3. Supercompensatie. Het lichaam schiet door en komt tijdelijk boven het beginniveau uit.
  4. Terugval. Volgt er geen nieuwe prikkel, dan zakt het niveau weer terug naar het begin.

Volgens het model bepaalt de timing van de volgende training het resultaat. Train je in fase 3, dan bouw je op. Train je steeds te vroeg, in fase 1 of 2, dan stapelt de vermoeidheid zich op. Wacht je te lang, dan blijf je op hetzelfde niveau hangen.

Het begrip supercompensatie gaat terug op de Russische biochemicus Nikolai Jakovlev. Hij toonde tussen 1949 en 1959 aan dat de voorraden glycogeen (in spier en lever) en creatinefosfaat in de spier na inspanning tijdelijk boven het oude niveau uitkomen.

6Viru A. Early contributions of Russian stress and exercise physiologists. Journal of Applied Physiology. 2002;92(4):1378 tot 1382. journals.physiology.org
Later werd dit idee door anderen toegepast op het hele prestatievermogen en werd het een basis van de trainingsleer en periodisering.
7Krüger A. From Russia with Love? Sixty years of proliferation of L.P. Matveyev's concept of Periodisation? Staps. 2016;(114):51 tot 59. shs.cairn.info

Wat je er als fysio mee doet. Het model helpt om uit te leggen waarom rust deel is van de training, en waarom te veel en te vaak trainen averechts werkt. Bij een patiënt in revalidatie kun je het gebruiken om de opbouw te plannen: eerst herstellen, dan de volgende stap.

Wat je tegen de patiënt zegt. Je wordt niet sterker tijdens de oefening, maar in de dagen erna. Rust is dus geen pauze van de training, rust hoort bij de training.

Goed om te weten. Supercompensatie is voor glycogeen in de spier goed aangetoond, maar vooral na een uitputtende inspanning gevolgd door enkele dagen koolhydraatrijk eten, en niet vanzelf na elke training.

19Bergström J, Hultman E. Muscle glycogen synthesis after exercise: an enhancing factor localized to the muscle cells in man. Nature. 1966;210(5033):309 tot 310. pubmed.ncbi.nlm.nih.gov
Voor het hele prestatievermogen is het een vereenvoudiging. Er is geen vaste curve: hoe lang elke fase duurt hangt af van het type training, de intensiteit en de persoon. Weefsels passen zich ook in een ander tempo aan: een spier kan al sterker zijn voordat de pees is bijgekomen.
20Mersmann F, Bohm S, Arampatzis A. Imbalances in the Development of Muscle and Tendon as Risk Factor for Tendinopathies in Youth Athletes: A Review of Current Evidence and Concepts of Prevention. Frontiers in Physiology. 2017;8:987. doi.org
Stop je met trainen, dan gaat binnen enkele weken een deel van de aanpassingen verloren, vooral van het uithoudingsvermogen; kracht blijft langer behouden.
8Mujika I, Padilla S. Detraining: loss of training-induced physiological and performance adaptations. Part I: short term insufficient training stimulus. Sports Medicine. 2000;30(2):79 tot 87. pubmed.ncbi.nlm.nih.gov
Het fitness-fatiguemodel hieronder beschrijft hetzelfde verloop met twee losse processen, fitheid en vermoeidheid, en geldt als het vollediger model.
21Chiu LZF, Barnes JL. The Fitness-Fatigue Model Revisited: Implications for Planning Short- and Long-Term Training. Strength and Conditioning Journal. 2003;25(6):42 tot 51. doi.org

4. De drie fasen van Selye

Curve van de weerstand bij aanhoudende stress: in de alarmfase eerst kort onder het normale niveau, in de weerstandsfase erboven, in de uitputtingsfase eronder.

In één zin. Bij aanhoudende stress reageert het lichaam in drie fasen: alarm, weerstand en uitputting.

Wat het betekent. De endocrinoloog Hans Selye (McGill University, Montreal) beschreef in 1936 in een brief aan het tijdschrift Nature wat hij zag bij ratten die hij blootstelde aan allerlei schadelijke prikkels. Ongeacht de prikkel zag hij steeds hetzelfde patroon, met eerst onder meer een kleinere thymus en kleine beschadigingen van het maag- en darmslijmvlies, en daarna vergrote bijnieren. In dezelfde brief stelde hij voor het geheel het general adaptation syndrome te noemen en de eerste fase de alarmreactie.

11Selye H. A syndrome produced by diverse nocuous agents. Nature. 1936;138(3479):32. doi.org
12McCarty R. The Alarm Phase and the General Adaptation Syndrome: Two Aspects of Selye's Inconsistent Legacy. In: Fink G, red. Stress: Concepts, Cognition, Emotion, and Behavior. Handbook of Stress, deel 1. Academic Press; 2016. p. 13 tot 19. doi.org

  1. Alarmfase. De schrikreactie. Het lichaam mobiliseert zijn afweer. De weerstand daalt eerst kort.
  2. Weerstandsfase. Het lichaam past zich aan. De weerstand tegen de prikkel is nu hoger dan normaal.
  3. Uitputtingsfase. Houdt de prikkel te lang aan, dan raken de reserves op en zakt de weerstand onder het normale niveau.
    12McCarty R. The Alarm Phase and the General Adaptation Syndrome: Two Aspects of Selye's Inconsistent Legacy. In: Fink G, red. Stress: Concepts, Cognition, Emotion, and Behavior. Handbook of Stress, deel 1. Academic Press; 2016. p. 13 tot 19. doi.org

Wat je er als fysio mee doet. In de trainingsleer wordt het model als analogie gebruikt: een trainingsprikkel is een stressor, de weerstandsfase staat voor de aanpassing waar je naar zoekt, en de uitputtingsfase voor overbelasting of overtraining. Het blijft een beeld en geen bewezen fysiologie.

9Buckner SL, Jessee MB, Mouser JG, e.a. The Basics of Training for Muscle Size and Strength: A Brief Review on the Theory. Medicine and Science in Sports and Exercise. 2020;52(3):645 tot 653. pubmed.ncbi.nlm.nih.gov
Als uitlegmodel helpt het wel om aan een patiënt uit te leggen dat een prikkel eerst even minder oplevert (fase 1) voor het beter wordt (fase 2), en dat te lang doorgaan zonder herstel terugslaat (fase 3).

Wat je tegen de patiënt zegt. De eerste dagen voelt het zwaarder, dat is normaal. Daarna past je lichaam zich aan. Blijven we te lang te veel doen zonder rust, dan raakt het op.

Goed om te weten. Selye's werk is later flink bekritiseerd.

12McCarty R. The Alarm Phase and the General Adaptation Syndrome: Two Aspects of Selye's Inconsistent Legacy. In: Fink G, red. Stress: Concepts, Cognition, Emotion, and Behavior. Handbook of Stress, deel 1. Academic Press; 2016. p. 13 tot 19. doi.org
13Jackson M. Evaluating the Role of Hans Selye in the Modern History of Stress. In: Cantor D, Ramsden E, red. Stress, Shock, and Adaptation in the Twentieth Century. Rochester (NY): University of Rochester Press; 2014. p. 21 tot 48. ncbi.nlm.nih.gov
Zijn stelling dat alle stressoren, naast hun eigen effecten, één en dezelfde niet-specifieke reactie oproepen, houdt geen stand: verschillende stressoren geven elk een eigen hormonaal patroon.
23Pacák K, Palkovits M, Yadid G, Kvetnansky R, Kopin IJ, Goldstein DS. Heterogeneous neurochemical responses to different stressors: a test of Selye's doctrine of nonspecificity. American Journal of Physiology. 1998;275(4):R1247 tot R1255. pubmed.ncbi.nlm.nih.gov
Het model is gebaseerd op ratten die zware, schadelijke prikkels kregen, zoals kou, operaties, uitputtende spierarbeid en net niet dodelijke doses van middelen als adrenaline, morfine en formaldehyde.
11Selye H. A syndrome produced by diverse nocuous agents. Nature. 1936;138(3479):32. doi.org
Bij normale training van mensen is nooit een General Adaptation Syndrome aangetoond.
9Buckner SL, Jessee MB, Mouser JG, e.a. The Basics of Training for Muscle Size and Strength: A Brief Review on the Theory. Medicine and Science in Sports and Exercise. 2020;52(3):645 tot 653. pubmed.ncbi.nlm.nih.gov
Toch verdedigen sommige onderzoekers het nog als basis onder periodisering
22Cunanan AJ, DeWeese BH, Wagle JP, e.a. The General Adaptation Syndrome: A Foundation for the Concept of Periodization. Sports Medicine. 2018;48(4):787 tot 797. doi.org
, terwijl anderen het achterhaald vinden.
10Kiely J. Periodization Theory: Confronting an Inconvenient Truth. Sports Medicine. 2018;48(4):753 tot 764. pmc.ncbi.nlm.nih.gov
Gebruik het daarom als denkkader, niet als exacte beschrijving van wat er in het lichaam gebeurt.

5. Het fitness-fatiguemodel

Schematische grafiek na één training: fitheid daalt langzaam, vermoeidheid staat onder de beginlijn en verdwijnt sneller, en prestatie is fitheid min vermoeidheid: eerst lager, daarna hoger dan voor de training.

In één zin. Elke training geeft twee effecten tegelijk, fitheid en vermoeidheid. Prestatie is fitheid min vermoeidheid.

Wat het betekent. Banister en collega's legden in 1975 de basis voor dit model en werkten het in 1976 verder uit.

14Banister EW, Calvert TW, Savage MV, Bach T. A systems model of training for athletic performance. Australian Journal of Sports Medicine. 1975;7:57 tot 61. Niet online beschikbaar.
24Calvert TW, Banister EW, Savage MV, Bach T. A systems model of the effects of training on physical performance. IEEE Transactions on Systems, Man, and Cybernetics. 1976;SMC-6(2):94 tot 102. doi.org
Een trainingsprikkel heeft een positief effect (fitheid) en een negatief effect (vermoeidheid). Beide nemen na de training weer af, maar in een verschillend tempo:

  • Vermoeidheid is groot, maar verdwijnt snel.
  • Fitheid is kleiner, maar houdt lang aan.

Direct na de training is de vermoeidheid groter dan de fitheidswinst. Je presteert dus eerst slechter. Na verloop van tijd is de vermoeidheid grotendeels weg, terwijl de fitheid er nog is. Dan presteer je beter dan voor de training. Hoe lang dat duurt, verschilt sterk per persoon en per belasting; met de gangbare modelwaarden gaat het om ongeveer twee weken.

15Morton RH, Fitz-Clarke JR, Banister EW. Modeling human performance in running. Journal of Applied Physiology. 1990;69(3):1171 tot 1177. pubmed.ncbi.nlm.nih.gov
25Hellard P, Avalos M, Lacoste L, Barale F, Chatard JC, Millet GP. Assessing the limitations of the Banister model in monitoring training. Journal of Sports Sciences. 2006;24(5):509 tot 520. pmc.ncbi.nlm.nih.gov
Zonder nieuwe training nemen beide exponentieel af.
14Banister EW, Calvert TW, Savage MV, Bach T. A systems model of training for athletic performance. Australian Journal of Sports Medicine. 1975;7:57 tot 61. Niet online beschikbaar.
15Morton RH, Fitz-Clarke JR, Banister EW. Modeling human performance in running. Journal of Applied Physiology. 1990;69(3):1171 tot 1177. pubmed.ncbi.nlm.nih.gov
Op de afbeelding zie je dit als drie lijnen: fitheid daalt langzaam en vermoeidheid verdwijnt sneller. Vermoeidheid staat onder de beginlijn getekend, omdat ze van de prestatie aftrekt. De prestatielijn is fitheid min vermoeidheid; zodra de vermoeidheid weg is, valt ze samen met de fitheidslijn.

Wat je er als fysio mee doet. Het model verklaart twee dingen die je in de praktijk ziet:

  • Waarom een patiënt na een zware oefenweek juist even minder kan, terwijl de opbouw wel klopt.
  • Waarom taperen vlak voor een test of wedstrijd beter werkt dan doorbuffelen: je traint ongeveer twee weken lang met 40 tot 60 procent minder volume, maar even intensief en even vaak. Zo zakt de vermoeidheid weg en blijft de fitheid.
    26Bosquet L, Montpetit J, Arvisais D, Mujika I. Effects of tapering on performance: a meta-analysis. Medicine and Science in Sports and Exercise. 2007;39(8):1358 tot 1365. pubmed.ncbi.nlm.nih.gov

Het model wordt ook in de revalidatie gebruikt. Bij 100 patiënten met perifeer arterieel vaatlijden die zes maanden thuis pijnvrij liepen, sloot een per patiënt ingesteld fitness-fatiguemodel goed aan bij de gemeten zes-minutenwandeltest en redelijk bij de pijnvrije loopafstand. Het ging om één groep zonder controlegroep, met weinig metingen per patiënt.

16Lamberti N, e.a. A Fitness-Fatigue Model of Performance in Peripheral Artery Disease: Predicted and Measured Effects of a Pain-Free Exercise Program. Journal of Personalized Medicine. 2022;12(3):397. pmc.ncbi.nlm.nih.gov

Wat je tegen de patiënt zegt. Elke oefening geeft twee dingen: een beetje sterker en een beetje moe. Het moe zijn verdwijnt sneller, het sterker zijn blijft langer. Daarom zie je de winst pas na een tijdje, als het moe zijn weg is.

Goed om te weten. Supercompensatie en het fitness-fatiguemodel zijn twee verklaringen voor hetzelfde verloop na een training: eerst minder, daarna beter. Supercompensatie gaat uit van één proces in één curve, het fitness-fatiguemodel van twee losse processen. Daardoor verklaart het fitness-fatiguemodel beter waarom trainingen elkaar overlappen en waarom vermoeidheid zich kan opstapelen.

15Morton RH, Fitz-Clarke JR, Banister EW. Modeling human performance in running. Journal of Applied Physiology. 1990;69(3):1171 tot 1177. pubmed.ncbi.nlm.nih.gov
21Chiu LZF, Barnes JL. The Fitness-Fatigue Model Revisited: Implications for Planning Short- and Long-Term Training. Strength and Conditioning Journal. 2003;25(6):42 tot 51. doi.org
Een vereenvoudigde vorm van het model zit onder systemen die trainingsbelasting bijhouden, zoals de Performance Manager van TrainingPeaks.
17Coggan A. The Science of the TrainingPeaks Performance Manager [webartikel]. TrainingPeaks; 29 juni 2022, bijgewerkt 31 oktober 2023. Geraadpleegd 24 september 2026. trainingpeaks.com
Het model heeft ook een beperking: om het per persoon precies in te stellen zijn veel prestatiemetingen nodig, wat in een praktijk zelden haalbaar is.
17Coggan A. The Science of the TrainingPeaks Performance Manager [webartikel]. TrainingPeaks; 29 juni 2022, bijgewerkt 31 oktober 2023. Geraadpleegd 24 september 2026. trainingpeaks.com

Hoe de vijf modellen samenhangen

  • Homeostase is het uitgangspunt: het lichaam wil in balans blijven.
  • Belasting en belastbaarheid vertaalt dat naar de praktijk: klachten ontstaan als je langere tijd meer van iemand vraagt dan hij lichamelijk, geestelijk en sociaal aankan.
  • Supercompensatie en het fitness-fatiguemodel beschrijven wat er gebeurt als je de balans bewust verstoort met een training: eerst omlaag, dan omhoog, mits er genoeg herstel is.
  • De drie fasen van Selye worden gebruikt als beeld voor wat er kan gebeuren als de verstoring te lang aanhoudt: aanpassing slaat om in uitputting. Bij gewone training van mensen is dat verloop niet aangetoond.

Voor de fysio betekent dit: doseer de prikkel, plan het herstel, en kijk niet alleen naar de klacht maar naar alles wat de weegschaal zwaarder of lichter maakt.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen belasting en belastbaarheid?

Belasting is wat je van het lichaam vraagt. Belastbaarheid is wat het lichaam aankan. Klachten ontstaan als de belasting langere tijd groter is dan de belastbaarheid.

Wie heeft het belasting-belastbaarheidsmodel bedacht?

Het meerdimensionaal belasting-belastbaarheidsmodel is in Nederland ontwikkeld door Hagenaars, Bernards en Oostendorp en in 1990 in de fysiotherapie ingevoerd. Het Nederlands Paramedisch Instituut gaf het in 1996 uit als boek.

1Hagenaars LHA, Bernards ATM, Oostendorp RAB. Het meerdimensionaal belasting-belastbaarheidsmodel. Amersfoort: Nederlands Paramedisch Instituut; 1996, herziene uitgave 2000. researchgate.net
3Van Vonderen A. Mehrdimensionales Belastungs-Belastbarkeits-Modell: Ein konzeptuelles Modell für die Physiotherapie. manuelletherapie. 2005;9(5):230 tot 236. doi.org

Wat is supercompensatie in de fysiotherapie?

Supercompensatie is de fase na herstel waarin het prestatievermogen tijdelijk boven het beginniveau ligt. Train je volgens het model in die fase opnieuw, dan bouw je op. Hoe lang die fase duurt, verschilt per persoon en per prikkel. Het begrip gaat terug op Jakovlev, die het tussen 1949 en 1959 aantoonde voor glycogeen in spier en lever en voor creatinefosfaat in de spier.

6Viru A. Early contributions of Russian stress and exercise physiologists. Journal of Applied Physiology. 2002;92(4):1378 tot 1382. journals.physiology.org

Wat zijn de drie fasen van Selye?

Alarmfase, weerstandsfase en uitputtingsfase. Selye beschreef ze in 1936 als het General Adaptation Syndrome.

11Selye H. A syndrome produced by diverse nocuous agents. Nature. 1936;138(3479):32. doi.org

Wat is het fitness-fatiguemodel?

Een model uit 1975 van Banister en collega's waarin prestatie gelijk is aan fitheid min vermoeidheid.

14Banister EW, Calvert TW, Savage MV, Bach T. A systems model of training for athletic performance. Australian Journal of Sports Medicine. 1975;7:57 tot 61. Niet online beschikbaar.
Vermoeidheid is groter maar verdwijnt sneller dan fitheid, waardoor je na voldoende herstel beter presteert dan voor de training. Met de gangbare modelwaarden duurt dat na één zware prikkel ongeveer twee weken, maar het verschilt sterk per persoon en per belasting.
15Morton RH, Fitz-Clarke JR, Banister EW. Modeling human performance in running. Journal of Applied Physiology. 1990;69(3):1171 tot 1177. pubmed.ncbi.nlm.nih.gov
25Hellard P, Avalos M, Lacoste L, Barale F, Chatard JC, Millet GP. Assessing the limitations of the Banister model in monitoring training. Journal of Sports Sciences. 2006;24(5):509 tot 520. pmc.ncbi.nlm.nih.gov

Is supercompensatie wetenschappelijk bewezen?

Voor glycogeen in de spier wel: na een uitputtende inspanning gevolgd door koolhydraatrijk eten stijgt de voorraad in de gebruikte spier tijdelijk boven het beginniveau.

6Viru A. Early contributions of Russian stress and exercise physiologists. Journal of Applied Physiology. 2002;92(4):1378 tot 1382. journals.physiology.org
19Bergström J, Hultman E. Muscle glycogen synthesis after exercise: an enhancing factor localized to the muscle cells in man. Nature. 1966;210(5033):309 tot 310. pubmed.ncbi.nlm.nih.gov
Voor het hele prestatievermogen is het een vereenvoudiging. Het fitness-fatiguemodel beschrijft hetzelfde verloop met twee processen, fitheid en vermoeidheid, en kan daardoor beter overweg met trainingen die elkaar snel opvolgen. Ook dat model is een vereenvoudiging.
15Morton RH, Fitz-Clarke JR, Banister EW. Modeling human performance in running. Journal of Applied Physiology. 1990;69(3):1171 tot 1177. pubmed.ncbi.nlm.nih.gov
21Chiu LZF, Barnes JL. The Fitness-Fatigue Model Revisited: Implications for Planning Short- and Long-Term Training. Strength and Conditioning Journal. 2003;25(6):42 tot 51. doi.org

Wat is het verschil tussen supercompensatie en het fitness-fatiguemodel?

Supercompensatie beschrijft het herstel na training als één curve met vier fasen. Het fitness-fatiguemodel splitst het in twee processen, fitheid en vermoeidheid, die elk in een eigen tempo afnemen. Beide voorspellen dat je de hogere prestatie pas na het herstel ziet. Het verschil: bij supercompensatie ontstaat de winst pas in de herstelfase, bij het fitness-fatiguemodel is de fitheid er meteen na de training, maar houdt de vermoeidheid haar eerst verborgen.

Wat is homeostase in het menselijk lichaam?

Homeostase is het vermogen van het lichaam om zijn inwendige omgeving stabiel te houden, zoals temperatuur, bloedsuiker en zuurgraad. De term is in 1926 bedacht door Walter Cannon. Het idee komt van Claude Bernard, die vanaf de jaren 1850 over het milieu intérieur schreef en het in 1865 uitwerkte.

4Libretti S, Puckett Y. Physiology, Homeostasis. In: StatPearls. Treasure Island (FL): StatPearls Publishing; bijgewerkt 1 mei 2023. ncbi.nlm.nih.gov
18Billman GE. Homeostasis: The Underappreciated and Far Too Often Ignored Central Organizing Principle of Physiology. Frontiers in Physiology. 2020;11:200. doi.org

Bronnen (26)
  1. Hagenaars LHA, Bernards ATM, Oostendorp RAB. Het meerdimensionaal belasting-belastbaarheidsmodel. Amersfoort: Nederlands Paramedisch Instituut; 1996, herziene uitgave 2000. https://www.researchgate.net/publication/235430449
  2. Bernards ATM, Hagenaars LHA, Oostendorp RAB, Wams HWA. Het meerdimensionale belasting-belastbaarheidsmodel: een conceptueel model voor de fysiotherapie. Nederlands Tijdschrift voor Fysiotherapie. 1999;109:58 tot 65. https://www.researchgate.net/publication/224983108
  3. Van Vonderen A. Mehrdimensionales Belastungs-Belastbarkeits-Modell: Ein konzeptuelles Modell für die Physiotherapie. manuelletherapie. 2005;9(5):230 tot 236. https://doi.org/10.1055/s-2005-858889
  4. Libretti S, Puckett Y. Physiology, Homeostasis. In: StatPearls. Treasure Island (FL): StatPearls Publishing; bijgewerkt 1 mei 2023. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK559138/
  5. Davies KJA. Adaptive Homeostasis. Molecular Aspects of Medicine. 2016;49:1 tot 7. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC4868097
  6. Viru A. Early contributions of Russian stress and exercise physiologists. Journal of Applied Physiology. 2002;92(4):1378 tot 1382. https://journals.physiology.org/doi/full/10.1152/japplphysiol.00435.2001
  7. Krüger A. From Russia with Love? Sixty years of proliferation of L.P. Matveyev's concept of Periodisation? Staps. 2016;(114):51 tot 59. https://shs.cairn.info/journal-staps-2016-4-page-51?lang=en
  8. Mujika I, Padilla S. Detraining: loss of training-induced physiological and performance adaptations. Part I: short term insufficient training stimulus. Sports Medicine. 2000;30(2):79 tot 87. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/10966148/
  9. Buckner SL, Jessee MB, Mouser JG, e.a. The Basics of Training for Muscle Size and Strength: A Brief Review on the Theory. Medicine and Science in Sports and Exercise. 2020;52(3):645 tot 653. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/31652235/
  10. Kiely J. Periodization Theory: Confronting an Inconvenient Truth. Sports Medicine. 2018;48(4):753 tot 764. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC5856877
  11. Selye H. A syndrome produced by diverse nocuous agents. Nature. 1936;138(3479):32. https://doi.org/10.1038/138032a0
  12. McCarty R. The Alarm Phase and the General Adaptation Syndrome: Two Aspects of Selye's Inconsistent Legacy. In: Fink G, red. Stress: Concepts, Cognition, Emotion, and Behavior. Handbook of Stress, deel 1. Academic Press; 2016. p. 13 tot 19. https://doi.org/10.1016/B978-0-12-800951-2.00002-9
  13. Jackson M. Evaluating the Role of Hans Selye in the Modern History of Stress. In: Cantor D, Ramsden E, red. Stress, Shock, and Adaptation in the Twentieth Century. Rochester (NY): University of Rochester Press; 2014. p. 21 tot 48. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK349158/
  14. Banister EW, Calvert TW, Savage MV, Bach T. A systems model of training for athletic performance. Australian Journal of Sports Medicine. 1975;7:57 tot 61. Niet online beschikbaar.
  15. Morton RH, Fitz-Clarke JR, Banister EW. Modeling human performance in running. Journal of Applied Physiology. 1990;69(3):1171 tot 1177. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/2246166/
  16. Lamberti N, e.a. A Fitness-Fatigue Model of Performance in Peripheral Artery Disease: Predicted and Measured Effects of a Pain-Free Exercise Program. Journal of Personalized Medicine. 2022;12(3):397. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC8949585/
  17. Coggan A. The Science of the TrainingPeaks Performance Manager [webartikel]. TrainingPeaks; 29 juni 2022, bijgewerkt 31 oktober 2023. Geraadpleegd 24 september 2026. https://www.trainingpeaks.com/learn/articles/the-science-of-the-performance-manager/
  18. Billman GE. Homeostasis: The Underappreciated and Far Too Often Ignored Central Organizing Principle of Physiology. Frontiers in Physiology. 2020;11:200. https://doi.org/10.3389/fphys.2020.00200
  19. Bergström J, Hultman E. Muscle glycogen synthesis after exercise: an enhancing factor localized to the muscle cells in man. Nature. 1966;210(5033):309 tot 310. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/5954569/
  20. Mersmann F, Bohm S, Arampatzis A. Imbalances in the Development of Muscle and Tendon as Risk Factor for Tendinopathies in Youth Athletes: A Review of Current Evidence and Concepts of Prevention. Frontiers in Physiology. 2017;8:987. https://doi.org/10.3389/fphys.2017.00987
  21. Chiu LZF, Barnes JL. The Fitness-Fatigue Model Revisited: Implications for Planning Short- and Long-Term Training. Strength and Conditioning Journal. 2003;25(6):42 tot 51. https://doi.org/10.1519/00126548-200312000-00007
  22. Cunanan AJ, DeWeese BH, Wagle JP, e.a. The General Adaptation Syndrome: A Foundation for the Concept of Periodization. Sports Medicine. 2018;48(4):787 tot 797. https://doi.org/10.1007/s40279-017-0855-3
  23. Pacák K, Palkovits M, Yadid G, Kvetnansky R, Kopin IJ, Goldstein DS. Heterogeneous neurochemical responses to different stressors: a test of Selye's doctrine of nonspecificity. American Journal of Physiology. 1998;275(4):R1247 tot R1255. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/9756557/
  24. Calvert TW, Banister EW, Savage MV, Bach T. A systems model of the effects of training on physical performance. IEEE Transactions on Systems, Man, and Cybernetics. 1976;SMC-6(2):94 tot 102. https://doi.org/10.1109/TSMC.1976.5409179
  25. Hellard P, Avalos M, Lacoste L, Barale F, Chatard JC, Millet GP. Assessing the limitations of the Banister model in monitoring training. Journal of Sports Sciences. 2006;24(5):509 tot 520. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC1974899/
  26. Bosquet L, Montpetit J, Arvisais D, Mujika I. Effects of tapering on performance: a meta-analysis. Medicine and Science in Sports and Exercise. 2007;39(8):1358 tot 1365. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17762369/
En bij de volgende patiënt?

Vul de diagnosecode en de zorgverzekeraar in, en je ziet wat er vergoed wordt, welke voorwaarden gelden en welke rode vlaggen en testen bij de klacht horen. Met de bron erbij.

www.fysioquick.software